Een gezelschapsaquarium valt of staat bij de bezetting. Vissen die op papier allemaal vreedzaam zijn kunnen elkaar toch het leven zuur maken als hun eisen niet overeenkomen.
Begin bij het water, niet bij de vis
Meet eerst je GH en KH. Pas daarna kies je soorten die daarbij passen. Water aanpassen aan een vis kan, maar het kost moeite en moet je jarenlang volhouden. Vissen kiezen die bij je kraanwater horen is veel prettiger.
Verdeel de bak in lagen
- Boven — levendbarenden, danio's, killi's en andere vissen die veel aan de oppervlakte zitten.
- Midden — de meeste scholende soorten zoals tetra's, barbelen en regenboogvissen.
- Onder — corydoras, botia's, ancistrus en andere bodembewoners.
Door elke laag te bezetten oogt de bak levendig zonder dat het druk wordt.
Scholen zijn echte scholen
Zes is geen school, dat is een minimum om te overleven. Tien tot vijftien exemplaren van één soort gedraagt zich compleet anders: rustiger, kleurrijker en veel mooier om naar te kijken. Liever drie soorten in flinke groepen dan acht soorten met vier stuks.
Waar het misgaat
- Vinnenbijters bij vissen met lange sluiervinnen.
- Snelle, drukke soorten bij rustige of schuwe vissen.
- Een soort die veel groter wordt dan hij bij aankoop lijkt — vraag altijd naar de volwassen maat.
- Territoriale soorten zonder voldoende schuilplaatsen of zichtlijnonderbrekingen.
- Te veel mannetjes bij te weinig vrouwtjes, vooral bij levendbarenden.
Rustig opbouwen
Zet niet alles tegelijk in. Begin met één of twee soorten, laat het filter meegroeien met de bezetting, en voeg elke paar weken iets toe. Neem nieuwe vissen zo mogelijk eerst in quarantaine.
Vertel ons je bakmaat en je waterwaarden, dan stellen we samen een bezetting samen die ook over een jaar nog klopt.






