Vissen worden zelden ziek zonder aanleiding. In verreweg de meeste gevallen gaat er iets anders aan vooraf: een transport, een temperatuurdip, een piek in ammonium of nitriet, of een bezetting die niet klopt. Kijk daarom altijd eerst naar je water en je bak voordat je naar een flesje grijpt.
Wat je als eerste ziet
- Vissen die schuren langs decoratie of bodem.
- Samengeknepen vinnen en een vis die apart in een hoek hangt.
- Snel ademen of happen aan het oppervlak.
- Niet meer eten, terwijl de rest normaal doorgaat.
Dit zijn algemene stresssignalen. Meet meteen ammonium, nitriet en temperatuur.
Veelvoorkomende beelden
Witte stip — kleine witte korreltjes als zoutkorrels op huid en vinnen. Parasiet met een levenscyclus die aan temperatuur gekoppeld is; behandeling moet lang genoeg doorlopen om de vrijzwemmende fase te raken.
Vinrot — rafelige, wegvretende vinranden. Vrijwel altijd een gevolg van slechte waterkwaliteit of verwonding. Waterwissels en schoon water doen hier het meeste werk.
Schimmel — wattige witte pluk op een wond of bek. Secundair, dus zoek de oorzaak: bijtgedrag, een scherpe decoratie of een eerdere beschadiging.
Zwemblaasproblemen — scheef of kopje-onder zwemmen, vaak na voeren. Probeer een vastendag en plantaardig voer, en kijk kritisch naar de voersoort.
Behandelen met verstand
- Behandel in een aparte bak als het om één vis gaat.
- Haal actieve kool uit het filter tijdens een kuur, die haalt het medicijn er direct weer uit.
- Maak de kuur af, ook als het beter lijkt te gaan.
- Let op garnalen en slakken: koperhoudende middelen zijn voor hen dodelijk.
- Zorg voor extra beluchting; veel middelen verlagen het zuurstofgehalte.
Voorkomen
Zet nieuwe vissen twee tot vier weken in quarantaine, koop bij een verkoper die zijn bakken op orde heeft, en houd je bezetting en je voerhoeveelheid in de hand.
Twijfel je over wat je ziet? Maak een foto of filmpje en loop bij ons binnen — dat scheelt vaak een onnodige kuur.






