Kleurrijke vissen in een helder zoetwateraquarium
ZOETWATER Beginner

Waterwaarden in zoetwater: GH, KH, pH en nitraat begrijpen

Water testen is geen hobby op zich, maar het is wel de manier om te weten of je op koers ligt. Je hebt aan een handvol waarden genoeg, en je hoeft ze zeker niet dagelijks te meten.

GH — totale hardheid

Dit is de hoeveelheid calcium en magnesium in je water. Het bepaalt welke vissen en garnalen zich thuis voelen. Zachtwatersoorten uit zwartwaterbiotopen willen het laag, levendbarenden en veel meerhardheidsvissen juist hoger. Kraanwater in Nederland verschilt sterk per regio, dus meet het een keer voordat je soorten uitzoekt.

KH — carbonaathardheid

De buffer van je water. Een gezonde KH voorkomt dat de pH gaat schommelen. Zakt je KH richting nul, dan kan de pH in één nacht wegvallen, en dat is voor vissen veel schadelijker dan een pH die simpelweg wat hoger of lager ligt.

pH — zuurgraad

Volgt grotendeels uit je KH en je CO2. Jaag niet op een getal uit een boek. Een stabiele pH van 7,6 is beter dan een pH van 6,5 die je met chemie op zijn plek probeert te houden.

Nitraat — en de weg ernaartoe

Ammonium en nitriet horen in een ingedraaide bak allebei op nul te staan. Wat overblijft is nitraat, het eindproduct. Dat loopt langzaam op door voeren en wordt weggehaald door planten en door waterwissels. Loopt nitraat flink op, dan voer je te veel, zitten er te veel vissen in, of wissel je te weinig water.

Praktisch schema

  • Bij het opstarten: ammonium en nitriet elke paar dagen, tot ze allebei stabiel op nul staan.
  • Daarna: nitraat en KH eens per maand, en altijd als er iets vreemds gebeurt.
  • Nieuwe vissen of garnalen in huis? Meet GH en KH vooraf, niet achteraf.

Gebruik druppeltests in plaats van strips; die zijn nauwkeuriger en op de lange termijn goedkoper. Twijfel je over een uitslag, neem een flesje water mee naar de winkel — dan meten we mee.

DEEL DIT ARTIKEL
VERDER LEZEN

Meer uit de Academy