Planten bouwen hun weefsel op uit koolstof, en die halen ze uit CO2 in het water. In een gemiddeld gezelschapsaquarium is er net genoeg van om makkelijke planten te laten groeien. Wil je snelgroeiende stengelplanten, rode soorten of een dichte bodembedekker, dan loop je zonder toevoeging tegen een plafond aan.
Heb je het nodig?
Niet altijd. Met matige verlichting, stevige soorten als anubias, varens en cryptocorynes, en wat vloeibare voeding kom je een heel eind. CO2 wordt pas logisch als je de verlichting opvoert, want licht zonder koolstof levert vooral algen op.
De onderdelen
- Een fles, navulbaar of wegwerp. Navulbaar is op termijn goedkoper en rustiger in gebruik.
- Een drukregelaar met naaldventiel, om het aantal bellen precies in te stellen.
- Een diffusor, reactor of inline-systeem dat het gas oplost in plaats van het naar de oppervlakte te laten borrelen.
- Een bellenteller en een druppeltest met indicatorvloeistof, zodat je ziet wat er gebeurt.
Instellen zonder gokken
Zet de CO2 aan met een magneetventiel op een tijdklok, ongeveer een uur voordat de verlichting aangaat, en uit een uur voor het licht uitgaat. 's Nachts gebruiken planten geen CO2 en zakt de zuurstof toch al. Voer het aantal bellen per dag heel langzaam op en kijk naar je vissen: hangen ze aan het oppervlak of gaan ze sneller ademen, dan is het te veel. Terugdraaien, en de dag erna pas verder.
Veiligheid
Zet de fles rechtop en vast, controleer de aansluitingen met wat zeepsop en laat de drukregelaar niet zonder terugslagventiel werken. Zorg voor voldoende oppervlaktebeweging, want die brengt zuurstof in het water zonder al je CO2 weg te blazen als je hem netjes afstelt.
Het mooiste resultaat krijg je als licht, voeding en CO2 bij elkaar passen. Kom gerust langs met de maten van je bak, dan stellen we een pakket samen dat klopt.






