Levende planten nemen voedingsstoffen op waar algen anders mee aan de haal gaan, brengen zuurstof in het water en geven vissen dekking. Een goed beplante bak is bijna altijd een rustigere bak.
Begin met soorten die weinig vragen
- Anubias — groeit langzaam, wil weinig licht, en je bindt hem op steen of kienhout. Nooit ingraven.
- Javavaren — net zo onverwoestbaar, ook op hardscape vastzetten.
- Cryptocoryne — in de bodem, verliest na het planten vaak zijn blad en komt daarna sterker terug. Niet verplaatsen.
- Vallisneria — snelle achtergrondplant die uitlopers maakt en veel nitraat opneemt.
- Mossen — ideaal voor garnalen en voor jonge vis.
Opbouw die er af is
Zet hoge soorten achterin en aan de zijkanten, houd het midden open. Groepeer dezelfde soort bij elkaar in plaats van één exemplaar overal; dat oogt rustiger en groeit beter dicht. Laat bewust een stuk open zwemruimte vrij — dat maakt de bak optisch groter.
Wat planten nodig hebben
Licht, koolstof en voeding, in die volgorde. Zonder voldoende licht helpt geen enkele meststof. Met veel licht maar zonder voeding of CO2 krijg je algen. Een voedingsrijke bodem of bodemtabletten werken goed voor wortelaars als cryptocorynes en zwaardplanten; drijvende en opgebonden soorten halen hun voeding uit het water en varen wel bij vloeibare mest.
Veelgemaakte fouten
- Te weinig planten bij de start. Begin juist vol; je kunt altijd uitdunnen.
- Steenwol en elastiekjes laten zitten. Haal ze eraf voor je plant.
- De wortelstok van cryptocorynes en anubias onder de bodem stoppen — die rot dan weg.
- Elke week alles verplaatsen. Planten hebben rust nodig om aan te slaan.
Wil je weten wat er bij jouw licht en bodem past? We zetten het graag met je op een rijtje.






