Rode slierten, bruine draden of een groen tapijt op je steen: vrijwel elk rifaquarium krijgt er een keer mee te maken, en zeker in het eerste jaar. Chemie werkt soms, maar zonder de oorzaak weg te nemen komt het terug.
Cyanobacteriën
Herkenbaar als een rood-paarse, slijmerige laag die je in één stuk kunt wegzuigen. Ontstaat vrijwel altijd door een combinatie van te weinig stroming, ophoping van detritus en een scheve verhouding tussen nitraat en fosfaat. Aanpak: stroming verbeteren op dode plekken, detritus wegzuigen bij elke waterwissel, minder voeren en je afschuimer goed afstellen. Pas daarna eventueel een middel.
Dinoflagellaten
De vervelendste van de drie. Bruine, snotachtige slierten met belletjes erin, die 's nachts verdwijnen en overdag terugkomen. Ontstaat opvallend vaak in systemen waar nitraat en fosfaat naar nul zijn gedreven. Voedingsstoffen juist weer op een meetbaar niveau brengen is hier meestal de kern van de oplossing. Verder helpt het om niet te veel tegelijk te veranderen en veel geduld te hebben; dino's reageren slecht op paniekmaatregelen.
Haar- en draadalgen
Groeien op een teveel aan voedingsstoffen, vaak in combinatie met oud licht of een nieuwe bak die nog niet in balans is. Handmatig plukken, de bron aanpakken via voeren en waterwissels, en een algenetende bezetting inzetten. Een refugium met chaeto concurreert effectief om dezelfde voeding.
Werkwijze die wél werkt
- Meet nitraat en fosfaat en schrijf ze op. Werken zonder cijfers is gokken.
- Verander één ding tegelijk en geef het twee weken.
- Handmatig verwijderen bij elke waterwissel — dat haalt biomassa en voeding tegelijk weg.
- Zorg dat je osmosewater echt schoon is; een verzadigde hars voedt je plaag mee.
- Grijp niet meteen naar chemie. Sommige middelen doden een deel van je nuttige bacteriën.
Zit je vast? Neem een watermonster en een foto mee naar Eindhoven, dan kijken we samen waar het vandaan komt.






