Zodra je koralen groeien, halen ze calcium en carbonaat uit je water om hun skelet te bouwen. Doe je niets, dan zakken je waarden langzaam weg en stopt de groei. Doseer je onbeheerst, dan krijg je schommelingen — en juist die zijn schadelijk.
Wat je bijhoudt
- Calcium — bouwsteen van het skelet.
- Alkaliniteit (KH) — de carbonaatkant van hetzelfde verhaal, en de waarde die het snelst beweegt.
- Magnesium — houdt calcium en carbonaat in oplossing. Zonder magnesium op peil lukt de rest niet.
Meet in het begin tweemaal per week op een vast tijdstip. Je zoekt niet één perfecte waarde maar een stabiele lijn.
Balling-methode
Je doseert twee losse componenten — een calcium- en een carbonaatoplossing — plus een zoutbalans. Nooit tegelijk en nooit op hetzelfde punt in het systeem, anders slaat het direct neer. Doseer op twee verschillende plekken met goede stroming, en verdeel de dagelijkse hoeveelheid over veel kleine porties. Een doseerpomp met meerdere kanalen is hier bijna onmisbaar.
Kalkwater en kalkreactor
Kalkwater is eenvoudig en houdt je waarden netjes vlak, maar heeft een beperkte capaciteit. Een kalkreactor levert meer en is stabiel, maar vraagt afstelling en CO2. Welke route past hangt af van hoe hard je koralen groeien.
Bijsturen zonder pieken
- Verander nooit meer dan een kleine stap per dag; KH-sprongen zijn een klassieke oorzaak van weefselverlies bij SPS.
- Corrigeer eerst magnesium, daarna calcium en KH.
- Verhoog je doseringen pas nadat je twee metingen op verschillende dagen hebt die dezelfde kant op wijzen.
- Houd een logboek bij. Zonder cijfers over tijd stuur je op gevoel.
Sporenelementen
Doseer die alleen als je ze kunt meten of als je een systeem volgt dat erop gebouwd is. Blind bijdoseren van sporen is een van de makkelijkste manieren om een goed lopend rif in de war te schoppen.
We helpen je graag met het uitrekenen van je verbruik en het kiezen van een doseerschema dat bij je bak past.






