Reptielen uit gematigde streken kennen in de natuur een periode van kou en korte dagen waarin ze hun stofwisseling vrijwel stilleggen. Dat heet brumatie. Voor soorten die het van nature doen is het goed voor conditie en voortplanting; voor tropische soorten is het simpelweg schadelijk.
Welke soorten wel
Baardagamen, landschildpadden uit gematigde streken, korenslangen, koningsslangen en veel Europese hagedissen doen aan een koude periode. Tropische soorten — pantherkameleons, daggekko's, de meeste boa's en pythons uit het regenwoud — niet. Zoek de herkomst van je soort op voordat je hieraan begint.
Voorbereiding is het belangrijkste deel
- Laat het dier vooraf door een dierenarts nakijken. Een dier dat niet fit is, gaat een brumatie niet goed door.
- Stop met voeren en geef het dier twee tot drie weken om zijn darmen volledig te legen. Voedsel dat achterblijft in een koud dier gaat rotten.
- Bouw de temperatuur en de daglengte geleidelijk af over enkele weken, niet in één keer.
- Weeg het dier en noteer het gewicht.
De periode zelf
Houd het dier koel, donker en rustig, met water beschikbaar. Controleer wekelijks: kijk hoe het erbij zit en weeg het. Een gewichtsverlies van enkele procenten is normaal; fors afvallen niet. Een dier dat wakker en actief blijft bij die temperatuur, hoort er niet in te liggen — breek dan af.
Wakker worden
Voer temperatuur en daglengte weer geleidelijk op. Bied eerst water, daarna pas voedsel, en begin klein. Veel soorten eten de eerste dagen nog niet; dat mag.
Wanneer je het niet doet
Bij jonge dieren, bij ondergewicht, bij ziekte of parasieten, en bij elk dier waarvan je niet zeker weet of het bij de soort hoort. Een brumatie overslaan is voor een gezond dier een veel kleiner risico dan een brumatie die verkeerd gaat.
Twijfel je of jouw dier eraan toe is? Loop het schema met ons door voordat je begint.






